terug

(geen) VAR (meer)

Je hebt er misschien al iets over gehoord: er zijn vergevorderde plannen om het hele systeem van de VAR (verklaring arbeidsrelatie) af te schaffen. Dit wordt dan vervangen door een nieuwe wet, de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA). In de basis komt het erop neer dat het niet meer van de opdrachtnemer afhangt of er sprake is van een dienstbetrekking, maar van de per opdracht gesloten overeenkomst. Concreet: was je tot nu met een VAR-WUO zelfstandig ondernemer, onder de wet DBA zul je voor elke klus die je aanneemt opnieuw een overeenkomst moeten opstellen die duidelijk maakt dat je niet in loondienst bent.

De Belastingdienst en het ministerie communiceren over deze wijziging alsof alles al in kannen en kruiken is. Dat is niet zo, eind januari moet de Eerste Kamer er nog een besluit over nemen. Maar stemmen zij in, dan gaat de nieuwe wet per 1 april 2016 in. De VAR geldt dan niet meer. Tot die tijd mag je overigens je VAR 2015 of zelfs 2014 blijven gebruiken.
De nieuwe wet is onder andere bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, er zou minder misbruik kunnen plaatsvinden. Een grote vraag is nog wel hoe er dan gehandhaafd gaat worden. Dit is ook een van de twijfels die de Eerste Kamer nog heeft. Toch bereiden we ons (en jullie) er maar vast op voor dat de wet aangenomen wordt.

Hoe zal de werkwijze veranderen? Per 1 april sluit je voor elke opdracht een overeenkomst af. Uit deze overeenkomst moet duidelijk worden dat je niet in dienst bent bij je opdrachtgever. Van belang zijn bijvoorbeeld bepalingen over of je zelf mag invullen hoe je de opdracht uitvoert. Of je zelf verantwoordelijk bent voor de risico’s, en of je een ander in mag huren als je ziek bent. Het is niet zo dat je helemaal niet meer mag overleggen met de opdrachtgever, die mag bijvoorbeeld wel aanwijzingen geven over het gewenste eindresultaat zonder dat er meteen sprake is van een dienstbetrekking.
Als je tot nu toe gewend was om te werken met mondelinge afspraken en eventueel een offerte op papier, zal deze nieuwe manier van werken je veel meer papierwerk opleveren. Het is daarom handig om te werken met een standaardovereenkomst die voor jou voldoet, en waarvan je weet dat je, als je strikt volgens die overeenkomst werkt, niet bij een ander in dienst bent. Het is mogelijk om zelf een overeenkomst op te stellen, en die voor te leggen aan de Belastingdienst. Voorleggen is niet verplicht, maar geeft je wel houvast.
Op de site van de Belastingdienst staan verschillende formuleringen, en daarbij op welke manier ze bijdragen aan het oordeel wel of geen dienstbetrekking: http://bit.ly/1NQvVyI

Daarnaast zijn er beoordeelde standaardovereenkomsten gepubliceerd. Als je zo’n overeenkomst gebruikt, zit je goed. Een voorwaarde is wel dat je het nummer waaronder de voorbeeldovereenkomst gepubliceerd is altijd vermeldt, en dat je niets verandert in de fiscaal belangrijke bepalingen. In sommige overeenkomsten zijn deze bepalingen gemarkeerd. De modelovereenkomsten zijn hier te vinden: http://bit.ly/1j4yBLr
We verwachten dat het voor een groot deel van de ondernemers geen probleem is om met dit soort overeenkomsten te gaan werken (afgezien dan van de rompslomp). Maar juist in de creatieve en culturele sector kunnen er lastige situaties ontstaan. Helaas is dat allemaal nog niet uitgekristalliseerd, veel dingen zullen pas al doende duidelijk worden.

Uiteraard kijken wij graag met je mee als je je eigen overeenkomst opstelt. En als er veel vraag naar is, kunnen wij ook een standaardovereenkomst opstellen voor specifieke activiteiten, die we vervolgens voorleggen aan de Belastingdienst. Mocht je hier interesse in hebben, omdat je niet met de modelovereenkomsten uit de voeten kunt, laat je dat dan aan ons weten? Graag met een omschrijving van de activiteiten waar het precies om gaat.