terug

Prinsjesdag 2018

Op Prinsjesdag is het Belastingplan voor 2019 bekend gemaakt. Wat betekent dit precies voor jou? Hier lees je wat de impact van de nieuwe regels is.

Tweeschijventarief

Het eerste wat opvalt is dat het kabinet in 2021 een tweeschijventarief in wil voeren. Tot een belastbaar inkomen van € 68.507 geldt een tarief van 37,05%. Voor een inkomen daarboven geldt een tarief van 49,5%. Dit tweeschijventarief geldt voor belastingplichtigen die nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt. Na de AOW-leeftijd krijgen belastingplichtigen met drie schijven te maken.

Hypotheekrente

De hypotheekrente wordt afgebouwd met 0,5% per jaar. Vanaf 2020 zal deze afbouw versneld gaan worden. Voor het jaar 2020 gaat een aftrekbeperking van 4,5% gelden t.o.v. een tarief van 50,5%. Tevens wordt het percentage van de eigenwoningforfait jaarlijks verlaagd. De aftrek bij geen of een lage eigenwoningschuld zal vanaf 2019 over een periode van dertig jaar worden afgebouwd.

Aftrekposten

De persoonsgebonden aftrek (partneralimentatie, specifieke zorgkosten, lening startende ondernemers, aftrekbare giften, studiekosten, weekenduitgaven gehandicapten) wordt vanaf 2020 afgebouwd.

Aftrekposten ondernemers

Net als de persoonsgebonden aftrek en de hypotheekrente, zullen de aftrekposten voor ondernemers met ingang van 1 januari 2020 worden versoberd. Met ingang van 2023 zijn deze aftrekposten alleen nog maar effectief in de eerste schijf. Dit geldt voor: de zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek. De MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling wordt beperkt als het resultaat positief is.

Heffingskortingen:

  • De algemene heffingskorting wordt in 2019, 2020 en 2021 geleidelijk verhoogd.
  • De maximale arbeidskorting wordt verhoogd. Vanaf een arbeidsinkomen van € 34.060 wordt deze afgebouwd tot nihil.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt met ingang van 2019 helemaal inkomensafhankelijk. Deze korting is van toepassing op ouders waarbij een kind jonger dan 12 jaar op hetzelfde adres staat ingeschreven.
  • Ouderenkorting stijgt en wordt vanaf 2019 afgebouwd afhankelijk van het inkomen.

Box 3

Het kabinet wil de tarieven van box 3 beter aan gaan sluiten bij de daadwerkelijk behaalde rendementen. Voor 2019 gaat het kabinet uit van een behaald rendement op spaargeld van 0,36% en op beleggingen 5,6%. De vrijstelling van box 3 stijgt van € 30.000 naar € 30.360. Heeft u een fiscaal partner, dan stijgt deze vrijstelling van € 60.000 naar € 60.720.

Dividendbelasting

Er is veel gedoe geweest over de afschaffing van de dividendbelasting. Uiteindelijk heeft onze premier  besloten om definitief een streep door deze afschaffing te zetten. De 1,9 miljard euro die vrijkomt gaat naar de verlaging van de winstbelasting en van de werkgeverslasten.

Lage btw-tarief

Het kabinet wil het lage btw-tarief verhogen van 6% naar 9%. Dit lage tarief is overigens niet alleen van toepassing op de eerste levensbehoeften. Dit lage tarief geldt onder meer ook voor: kunst, kapper, kranten, tijdschriften en bioscoopbezoek.

Kleineondernemersregeling

Het kabinet wil vanaf 1 januari 2020 de de kleineondernemersregeling vereenvoudigen. Tot een winst van maximaal € 20.000 kunnen kleine ondernemers kiezen voor een vrijstelling van de omzetbelasting. In tegenstelling tot de huidige regelgeving  geldt dit voor alle ondernemingsvormen.

Als u van deze regeling gebruikt wilt maken is het van belang om het volgende met uw adviseur te bespreken:

  • Als u vanaf 1 januari 2020 van deze regeling gebruik wilt maken, kunt u dit vanaf 1 juni 2019 bij de belastinginspecteur aanvragen.
  • Er geldt wel een uiterste aanvraagtermijn van 4 weken voorafgaand aan het belastingtijdvak.

Het kan gebeuren dat de omzet gedurende het kalenderjaar boven de € 20.000 stijgt. Daardoor voldoet een ondernemer niet meer aan de voorwaarden. Het gevolg is dat op alle leveringen en diensten die na deze overschrijding worden verricht niet meer langer vrijgesteld zijn van btw.