terug

Vakantie! tips..

Met de vakantie voor de deur willen we een paar dingen verduidelijken en wat tips geven:

Tip 1: maak van een deel van je vakantie een zakelijke reis. Afhankelijk van de activiteiten die je in je onderneming ontplooit kun je op je vakantiebestemming contacten leggen (bezoek collega’s, potentiële klanten of leveranciers), inspiratie opdoen (bezoek musea, voorstellingen, architecturale wonderen), omzet genereren (workshops geven, optreden) of misschien zelfs kosten besparen (inkoop antiek).

Wanneer je kunt onderbouwen dat een deel van de kosten als zakelijk zijn aan te merken, kunnen ze ten laste van de winst worden gebracht. In redelijkheid, dat spreekt vanzelf, niet de kosten van familie of vrienden.

Tip 2: bewaar de bonnetjes van de autokosten tijdens de vakantie. Als de auto op de zaak staat kun je al de kosten opvoeren (de correctie voor privégebruik is een bepaald percentage van de catalogus- of dagwaarde en staat los van de omvang van de kosten, waar dan ook gemaakt), als de auto privé gereden wordt dan kan in ieder geval een deel van de btw worden teruggevraagd. Of het de moeite loont in het (EU-)buitenland betaalde btw terug te vragen hangt af van de hoeveelheid btw, de procedure is bewerkelijker dan bij het terugvragen van Nederlandse btw.

 

Werknemers vragen zich vaak af, en werkgevers weten meestal het antwoord niet, waarom het netto bedrag aan vakantiegeld zoveel minder is dan verwacht, waarom er van het vakantiegeld zoveel meer belasting afgaat dan van het reguliere salaris. Dat zit als volgt.

Wanneer een werknemer de loonheffingskorting laat toepassen bij de berekening van zijn netto salaris, dan wordt dat nettosalaris bepaald door op het eerste deel van het salaris het tarief van de eerste schijf toe te passen (36,5%), op het tweede deel het tarief van de tweede schijf (42%) enz. Op de zo berekende belasting wordt de loonheffingskorting toegepast, die kan oplopen tot zo’n € 350.

Wat gebeurt er nu met het vakantiegeld? Dat komt bovenop het reguliere loon. Ten eerste valt dat dan ook in de hoogste schijf die bij de werknemer van toepassing is, ten tweede is er geen loonheffingskorting meer van toepassing. Het lagere tarief van de eerste schijf/schijven is al volgemaakt met het reguliere maandelijkse salaris, en ook de heffingskorting is al bij de maandelijkse berekeningen opgebruikt. Zodoende resteert er belastingheffing volgens het bij het jaarinkomen horende maximale tarief.

Voorbeeld (afgeronde, globale bedragen): stel je hebt een inkomen van € 3.000 per maand. Daarover ben je gemiddeld 39% belasting verschuldigd: € 1.170. Daarvan trek je de loonheffingskorting af, zeg € 320. Er resteert € 2.150, ofwel 72% van het brutosalaris.

Vervolgens wordt het vakantiegeld uitbetaald, ook weer € 3.000. Daarop wordt 42% (het hoogste toepasselijke tarief) ingehouden, € 1.260, 14% meer dan op het reguliere salaris.