terug

Aftrek van specifieke zorgkosten in de inkomstenbelasting

De aftrek van zorgkosten bij de aangifte inkomstenbelasting is de laatste jaren steeds verder beperkt. De aftrek is beperkt tot uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor:

  1. genees- en heelkundige hulp, door of onder toezicht van een arts,
  2. vervoer i.v.m. ziekte,
  3. farmaceutische hulpmiddelen verstrekt op voorschrift van een arts,
  4. andere hulpmiddelen, met uitzondering van brillen, contactlenzen e.d.,
  5. extra gezinshulp,
  6. extra kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet,
  7. extra kleding en beddengoed e.d. of
  8. reizen i.v.m. ziekenbezoek aan gezinsleden die langer dan een maand op een afstand groter dan 10 km van huis verpleegd worden.

Deze kosten zijn niet aftrekbaar voor zover ze:

  1. onder de verplichte verzekering vallen of
  2. betaald moeten worden vanwege het eigen risico.

Een belangrijk punt bij deze aftrekpost is dat het moet gaan om uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan. Dat betekent dat kosten die samenhangen met preventie niet voor aftrek in aanmerking komen. Daaronder vallen bijvoorbeeld fitness, maar ook de pil. Ook al wordt die voorgeschreven door een arts, aftrek is niet aan de orde (tenzij de pil niet wordt voorgeschreven om zwangerschap te voorkomen, maar om ziekteverschijnselen te bestrijden).

Wel komen als hulpmiddel tandartskosten als bruggen en kronen in aanmerking. De belastingdienst heeft nog geprobeerd om via procedures voor elkaar te krijgen dat je met een tand of kies minder ook wel kauwen kunt, maar de rechter vond de kroon toch een hulpmiddel nodig voor reguliere vertering van het voedsel.

Geen hulpmiddel is bijvoorbeeld een elektrische fiets, ook al ben je slecht ter been. Teveel mensen die goed kunnen lopen hebben ook zo´n ding, waardoor de directe relatie tussen de ziekte en het hulpmiddel ontbreekt.