terug

Belangrijkste plannen Prinsjesdag

We hebben een selectie gemaakt uit het nieuwe pakket belastingmaatregelen die naar aanleiding van Prinsjesdag bekend zijn gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van deze belastingplannen. Let op: de plannen zijn nog niet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, dus er kunnen nog dingen veranderen.

Particulier

  1. Tarief inkomstenbelasting
    Vorig jaar werd bekend gemaakt dat met ingang van 2021 het aantal schijven teruggebracht gaat worden naar twee. Het kabinet heeft voorgesteld om dit tweeschijvenstelsel in 2020 in te voeren. De tarieven zijn 37,35% en 49,5%. Het tarief van 49,5% gaat gelden van € 68.507. Voor AOW-gerechtigden gelden nog wel 3 tarieven.
  2. Partneralimentatie
    De bedoeling was om de regels ingrijpend te veranderen. Dit is niet gebeurd. Wat er wel verandert is dat de maximale duur van de partneralimentatie de helft is van de huwelijkse periode met een maximum van 5 jaar.
    Hierop gelden enkele uitzonderingen:
    – Voor ex-partners met kinderen jonger dan 12 jaar is de maximale duur tot 12-jarige leeftijd van het kind.
    – Bij een huwelijk met een duur langer dan 15 jaar én waarin de alimentatiegerechtigde binnen 10 jaar recht krijgt op AOW, is de maximale duur tot AOW-gerechtigde leeftijd.
    – Bij een huwelijk met een duur langer dan 15 jaar waarbij de alimentatiegerechtigde geboren is voor 1-1-1970, is maximale duur van de alimentatie 10 jaar.
  3. Hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait
    In 2019 heeft het kabinet besloten om de aftrek van hypotheekrente met 0,5% af te bouwen. Vanaf 2020 gaat de afbouw versnellen. Deze versnelling geldt ook voor het eigenwoningforfait.
  4. Box 3
    Gezien de lage rentestand heeft staatssecretaris Snel het voornemen met ingang van 1-1-2022 box 3 volledig te wijzigen. De heffing moet dan beter aansluiten bij de daadwerkelijk gehaalde rendement. Er komt een heffingsvrij vermogen van € 440.000. De belegger gaat fors meer betalen om de spaarder te ontzien. Dit voorstel wordt in 2020 aan de Tweede Kamer toegestuurd.
  5. Fiets van de zaak
    De huidige regeling is zo dat de werkgever de vrije ruimte in de werkkostenregeling mag gebruiken voor de aanschaf van een fiets voor het personeel. Tevens kan de werkgever gebruik maken van de milieu-investeringsaftrek, kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en de VAMIL. Ook kan de werkgever € 0,19 per fietskilometer vergoeden. Zelfs als de reisafstand tussen woning en werk minder is dan 10 kilometer. Vanaf 2020 geldt voor een fiets van de zaak een bijtelling van 7% van de adviesprijs wegens privégebruik.
  6. Elektrische auto
    Het bijtellingspercentage van de elektrische auto gaan met ingang van 1-1-2020 van 4% naar 8%. De maximale catalogusprijs waarover dit percentage wordt berekend gaat verder naar beneden.

Ondernemers

  1. Tarief box 2
    Iemand die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap wordt belast in box 2 (bijvoorbeeld bij dividenduitkering). Dit tarief wordt verhoogd en ziet er als volgt uit:

    Jaar tarief
    2019 25,00%
    2020 26,25%
    2021 26,90%
  2. Tarief vennootschapsbelasting
    Dit tarief wordt jaarlijks verlaagd. Deze verlaging geldt zowel voor de eerste als voor de tweede schijf. De verlaging in de tweede schijf wordt een jaar uitgesteld. De tariefsopbouw ziet er als volgt uit:

    Jaar tarief tot en met € 200.000 winst tarief vanaf € 200.000 winst
    2019 19,00% 25,00%
    2020 16,50% 25,00%
    2021 15,00% 21,70%
  3. Excessief lenen bij eigen B.V.
    Vanaf 2022 gaat een aanmerkelijk belanghouder inkomstenbelasting betalen over een bovenmatige lening bij de eigen B.V. Het gaat om schulden bij de eigen vennootschap voor zover deze meer bedragen dan € 500.000. Als je een hypotheeklening bij je eigen B.V. hebt afgesloten, valt deze lening hier niet onder.
  4. Betalingskorting
    Als je de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting direct betaalt, krijg je een betalingskorting. Het kabinet heeft zich voorgenomen om deze met ingang van 2021 te laten vervallen.
  5. Zelfstandigenaftrek
    Vanaf 2020 gaat deze aftrek in 9 jaarlijkse stappen van € 250 per jaar omlaag van € 7.280 naar € 5.000 in 2028. Tegenover deze verlaging staat een verhoging van de algemene arbeidskorting.

Iedereen

  1. AOW-leeftijd
    De verhoging van deze leeftijd gaat vanaf 2020 minder snel dan nu in de wet vastligt.
  2. Tijdelijke oudedagslijfrente
    Deze lijfrente mag niet eerder ingaan dan het jaar waarin iemand de AOW- gerechtigde leeftijd bereikt. Ook mag deze niet later ingaan dan 5 jaar nadat de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt. Als de AOW-gerechtigde leeftijd wijzigt, verandert dus ook de vroegste en uiterste uitkeringsdatum van deze voorziening.
  3. Werkkostenregeling personeel
    De werkkostenregeling wordt verruimd. De vrije ruimte tot een totale loonsom van € 400.000 bedraagt 1,7%. Vanaf de loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,2%.
  4. Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA)
    Deze wet wordt waarschijnlijk per 1 januari 2021 gewijzigd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zzp’ers werkzaam aan de onderkant van de arbeidsmarkt en zzp ‘ers met een zelfstandigenverklaring.
  5. Premie zorgverzekering
    De stijging van de premie is door het kabinet begroot op € 3 per maand. Dit is slechts een indicatie. De zorgverzekeraars moeten uiterlijk 12 november hun premies kenbaar maken. Nu de eerste premies bekend zijn gemaakt, lijkt het erop dat de stijging hoger uitvalt dan het kabinet geraamd heeft.
  6. Scholingsuitgaven
    In 2020 kun je nog gebruik maken van de fiscale aftrekmogelijkheid voor scholingsuitgaven. Of dit in 2021 ook kan is op dit moment onzeker. Het kabinet werkt aan een invoering van een subsidieregeling in de vorm van een te introduceren STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Scholingkosten binnen je onderneming blijven gewoon aftrekbaar.